Geschiedenis van de Heilige Birmaan.

De Heilige Birmaan zou oorspronkelijk afkomstig zijn uit de tempels van Burma. Er gaat onder fokkers zelfs een verhaal dat twee katten werden geschonken aan Frankrijk door de priesters van de tempel Lao-Tsoen, in de bergen van Tibet. Een poes en een kater, de poes die de reis overleefde zou de grondlegster zijn van dit populaire ras. Het ras heeft zich echter waarschijnlijk ontwikkeld uit natuurlijke kruisingen tussen Siamezen en tweekleurige langharige katten. Het ras kwam in de jaren twintig in Frankrijk terecht en werd er in 1925 erkend. Tegelijkertijd werd er een andere bloedlijn in Duitsland gevestigd.

De Heilige Birmaan is een fascinerende variëteit, die in Frankrijk zeer veel aanhang had en voor het eerst naar Engeland kwam aan het begin van de jaren zestig. In 1966 verwierven ze daar Kampioenstatus.

Karakter.

Heilige Birmanen zijn zowel wat hun aard als wat hun uiterlijk betreft bijzondere katten. Het zijn prima gezinskatten, die goed met andere dieren kunnen opschieten. Ze zijn niet zo bedaard als Perzen, maar ook weer niet zo opgewonden als Siamezen. Het zijn wel vroegrijpe katten. Ze struinen graag in de tuin rond, maar zijn wat makkelijker binnen de perken te houden dan andere katten, omdat ze niet zo graag klimmen.

Verzorging.

Hoewel beweerd word dat de vacht van een Heilige Birmaan nooit klit, moet deze toch dagelijks worden geborsteld en gekamd om de dode haren te verwijderen. Als de kat er teveel van naar binnen krijgt zou zich een haarbal in de maag kunnen vormen.

Type.

De Heilige Birmaan is een grote, langharige kat met een Siamese aftekening en vier witte voetjes. Het lichaam is middelmatig lang, maar gedrongen en laag op de poten. De poten zijn zwaar, middelmatig lang, de voetjes rond, stevig en zeer groot met aaneengesloten tenen. De staart is middelmatig van lengte en pluimvormig. Een knik is niet toegestaan. De kop is krachtig, breed en afgerond. De wangen zijn gevuld. De neus is Romeins, met lage neusgaten. De oren staan ver uiteen en zijn even breed aan de basis als hoog, ze zijn redelijk klein en aan de punten afgerond. De ogen zijn heel licht ovaal, bijna rond en van een diep blauwe kleur.

Vacht.

De vacht is lang en zijdeachtig, met de neiging op de buik te golven, zij klit niet en heeft weinig ondervacht. De vacht vormt een dikke, zware kraag rond de hals. Het lichaam moet een effen lichte kleur hebben, terwijl de contrasterende kleur zich beperkt tot de points. Het masker bedekt het hele gezicht, met inbegrip van de wenkbrauwen, en loopt tot de oren door. De witte voettekening moet symmetrisch zijn. De voorvoetjes hebben witte ‘handschoenen’recht uiteindigend op de pols. Aan de achtervoeten bedekken witte “handschoenen’de gehele voet en eindigen op een punt juist onder de voetwortelbeentjes. Van nature komen slechts vier kleuren bij dit ras voor: Seal-point, Chocolade-point, Bleu-point en lilac-point.ze bezitten uiteraard allen de karakteristieke witte voetjes. In het begin van de jaren negentig werden de Red-points en Cream- points Birmaan steeds vaker gezien en daarmee ook de Tortie-points (oranje met zwart of crème met blauw op de points). Tegenwoordig is de Tabby-point met een gestreepte tekening een graag geziene verschijning. Combinaties van tortie en tabby geeft tortie-tabby aftekeningen. De kleur hoort zich te beperken tot de points, dit zijn de ‘koudere’extremiteiten van de kat, dus het masker, de oren, de poten en staart.

Fouten.

Witte vlekken op de borst en de buik. Onvolledig gekleurde neusleer. Het omhoog komen van het wit op de benen (“runners”). De afwezigheid van sporen op de achterpoten.

Kleuren en tekeningen.

De Heilige Birmaan onderscheidt zich van andere rassen door de kenmerkende witte voeten, “gloves”genoemd. Seal, bleu, chocolate, lilac, red, cremepoint en van deze kleuren de tortie variëteit. Seal, bleu, chocolate, lilac, cream, sealtortie, bleutortie, chocolatetortie, lilactortietabby.

Sterke punten.

Zwakke punten.